|
De media.
Wie van de drie.
Ooit heb ik de eer gehad om mee te mogen werken aan het populaire televisiespelletje "wie van de drie". Sonja Barend, Guus Oster, Georgietta Hagendoorn en Albert Mol moesten middels vragen erachter komen wie de echte biljartmaker was. Dit spel stond onder leiding van presentator Herman Emmink. Het was een heel leuke ervaring. Oh ja, twee van de vier panelleden hadden het bij het rechte eind.

Het decor voor de uitzending wie van de drie.
----------
Reclame televisiespot voor I.B.M.
Via een reclamebureau kwam er een ietwat vreemd verzoek:"Of ik op commando een kets kon produceren". Mijn leven lang heb ik geoefend om juist een kets te vermijden, dus een kets maken zal me ook wel lukken. De bedoeling van deze televisie reclamespot van I.B.M. was om eerst een gigantische kets te maken, daarna moest de pomerans met een symbolisch I.B.M. krijtje worden bewerkt om daarna een prachtige carambole te maken.
De pomerans was met allerlei hele kleine gaatjes bewerkt en vol met krijt gestopt. Nu werd de aanstonds te maken kets met zogenaamde high speed fotografie opgenomen. Tijdens de kets kwam er een gigantische krijtwolk los. Een zeer indrukwekkend effect. Voor ons biljarters was het heel leerzaam om te zien waar de zijkant van het topeinde tijdens deze actie bleef.
Bij deze enorme kets kwam niet alleen de zijkant van de pomerans in aanraking met de speelbal, maar ook een gedeelte van de zijkant van het topeinde! Met andere woorden: als deze kets een carambole op zou leveren, zou er sprake zijn van een ongeoorloofde carambole. Dit was zonder high speed fotogafie nooit zichtbaar. De spot duurde overigens hooguit twintig seconden, weinig televisie voor een verblijf van drie dagen in de studio.
Toen de opnames afgelopen waren keken de regisseur en ik de beelden na. Ik had de mooie carambole zo'n dertig keer gespeeld. En op een gegeven moment zei ik:" Dat stootbeeld is goed die moet u nemen". De regisseur antwoordde droog:" Het gaat er niet om wat uw oordeel is, maar mijn baas moet tevreden zijn". Een aimabele man die regisseur.
----------
Kees de Jongen.
Onlangs werd in Amsterdam de speelfilm Kees de Jongen van de schrijver Theo Thijssen opgenomen. Kees de Jongen liep in deze film Grand Hotel Krasnapolsky binnen, zag een biljart en waande zich een groot biljarter. Hij moest in deze film een mooie carambole maken en ik kreeg de opdracht hierbij te assisteren. Ik bedacht een verzamelstoot die hij waarschijnlijk wel zou kunnen maken.

Dit was nog niet eens zo simpel want er stond een biljart opgesteld met een oud laken en onder dit laken zaten geen leiplaten! Op de film zie je immers toch niet in welke staat een biljart is. Maar dat hield wel in dat we een spectaculaire piqué of massé konden vergeten.
Mocht Kees het niet lukken om de stoot te maken, dan moest ik hem maken. Na veel oefenen lukt het hem, zij het dat hij bijna in de klots liep. Het karwei was geklaard. Men vertelde dat het maken van een speelfilm bestaat uit het eindeloos herhalen van dezelfde scene. Bij speelfilms is men al blij als men na een dag van draaien 5 minuten bruikbare film heeft. Hier leren we dus dat men hetzelfde engelengeduld moet hebben als een topbiljarter. Op zo'n dag zie je beslist geen glamour, het is gewoon hard werken.
---------
|